Congres  >   ASCO 2021  >  NSCLC in een vroeg stadium: neoadjuvante behandeling met een combinatie van chemotherapie en immunotherapie? (ASCO 2021)

NSCLC in een vroeg stadium: neoadjuvante behandeling met een combinatie van chemotherapie en immunotherapie? (ASCO 2021)

23/06 - De resultaten van de CheckMate-816-studie die werd uitgevoerd bij patiënten met een niet-kleincellige longkanker in een vroeg stadium, zijn bekend. Toevoeging van een PD-1-antagonist aan een neoadjuvante chemotherapie in stadia Ib-IIIA resulteert in een hoog percentage histologische respons. Maar heeft dat ook invloed op de mogelijkheid tot chirurgische resectie? Wordt eventueel afgezien van chirurgie of is chirurgie moeilijker en gevaarlijker?

Het is al bewezen dat een neoadjuvante immunotherapie doeltreffend is bij patiënten met een reseceerbaar NSCLC. De CheckMate-816-studie (1) is een gerandomiseerde fase III-studie die een combinatie van chemotherapie om de 3 weken (3 cycli) plus een PD-1-antagonist, in casu nivolumab 360 mg om de 3 weken, als neoadjuvante behandeling heeft vergeleken met chemotherapie alleen bij 358 patiënten bij wie pas een diagnose van reseceerbaar NSCLC stadium IB (≥ 4 cm) - IIIA (64%) zonder EGFR-mutatie of ALK-herschikking was gesteld. 44% van de patiënten van de ‘nivolumab + chemotherapie'-groep vertoonde een tumor met een PD-L1-expressie < 1% en 50% een tumor met een PD-L1-expressie ≥ 1%. Bij analyse volgens het principe van intentie tot behandelen was het percentage complete histologische respons 24% met de combinatietherapie en 2,2% met chemotherapie alleen (OR = 13,94, p < 0,0001). In principe wordt overgegaan tot chirurgie binnen 6 weken na de behandeling. Is toevoeging van een PD-1-antagonist een probleem wat dat betreft?

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen

Om veiligheidsredenen is uw browser niet compatibel met onze site

We raden u aan een van de volgende browsers te gebruiken: