Congres  >   ESMO and Breast Cancer 2022  >  Borstkanker in een vroeg stadium pN0/pN1: Genetisch onderzoek om geen zinloze chemotherapie voor te schrijven

Borstkanker in een vroeg stadium pN0/pN1: Genetisch onderzoek om geen zinloze chemotherapie voor te schrijven

De LISE-studie is een cohortonderzoek, dat in het reële leven de waarde van een genetisch onderzoek bij de keuze van de behandeling evalueert bij patiënten met een borstkanker in een vroeg stadium pN0/pN1. Bij ongeveer 70% van de patiënten kunnen zo chemotherapie en de daarmee samenhangende bijwerkingen worden vermeden. Deze studie is het lang verwachte verlengstuk van de gerandomiseerde, gecontroleerde studies TAILORx en RxPONDER, die het nut van de Oncotype Dx (analyse van 21 genen) hebben geëvalueerd. De LISE-studie evalueert het risico op relaps van borstkanker over een periode van 10 jaar en de gunstige effecten van chemotherapie.

Heeft het zin een adjuvante chemotherapie te geven na chirurgie? Studies hebben aangetoond dat bijna 70% van de vrouwen met een borstkanker in een vroeg stadium niet langer zal leven met die behandeling. Die conclusie is gebaseerd op het resultaat van een genetisch onderzoek van een tumorbiopt met analyse van 21 genen. Het resultaat ervan geeft een idee over het risico op recidief over een periode van 10 jaar en de relevantie van chemotherapie. Klinische studies zoals MINDACT, TAILORx en RxPONDER hebben het nut van dat genetisch onderzoek bevestigd. Het onderzoek is nu opgenomen in de behandelingsalgoritmes van het NCCN voor patiënten zonder positieve lymfeklieren en postmenopauzale patiënten met positieve klieren met de aanbeveling ‘strongly consider'.

 

Merendeels pN0

De LISE-studie is een observatieonderzoek1 uitgevoerd bij 3122 patiënten bij wie tussen januari 2010 en december 2021 een diagnose van borstkanker is gesteld. De auteurs hebben alle demografische en klinische kenmerken, de behandeling en de prognose van die patiënten geanalyseerd. Bij een tussentijdse analyse was de genetische test Oncotype DX uitgevoerd bij 231 (19,9%) van de 1160 patiënten met een HR+/HER2- tumor. De kenmerken van de tumor waren als volgt: pT1a 0,9%, pT1b 12,8%, pT1c 58%, pT2 27,9%, pT3-4 0,5%. 78,4% van de vrouwen had een tumor stadium pN0, 8,6% een tumor stadium pN1mic en 13% een tumor stadium pN1. Classificatie volgens Scarff-Bloom-Richardson: 16% SBR I, 68,5% SBR II en 15,5% SBR III. 31,1% van de patiënten had een luminaal type A borstkanker en 68,8% een luminaal type B HER2- borstkanker. Bij multivariate analyse is vastgesteld dat vaker een genetisch onderzoek is uitgevoerd bij pT1C- of pT2-tumoren met een Ki-67 ≥ 20% en een SBR-graad I - II.

 

 

Invloed van de RS op de therapeutische beslissing

De Recurrence Score (RS) is belangrijk bij alle patiënten (pN0 - pN1). Het aantal patiënten dat enkel een hormoontherapie heeft gekregen, is gestegen van 29,7% voor het genetisch onderzoek tot 79% na het genetisch onderzoek. Het aantal patiënten dat een chemotherapie ±/- hormoontherapie heeft gekregen (discordante factoren of intermediair risico), is gedaald van 60,7% naar 21% en het aantal patiënten dat een combinatie van chemotherapie + hormoontherapie heeft gekregen, is gestegen van 9,6% naar 21%. Het aantal vrouwen met een borstkanker pN0 dat enkel hormoontherapie heeft gekregen, is gestegen van 27,8% naar 77,5% en het aantal vrouwen dat chemotherapie ± hormoontherapie heeft gekregen, is gedaald van 65,7% naar 22,5%, dus een daling van het gebruik van chemotherapie met 69%. 

Het aantal patiënten met een tumor pN1mic -pN1 dat enkel een hormoontherapie heeft gekregen, is op grond van de resultaten van het genetisch onderzoek gestegen van 34,7% naar 84% en het aantal dat een combinatie van chemotherapie + hormoontherapie heeft gekregen, is gedaald van 20,4% naar 16%, dus een daling van de indicaties voor chemotherapie met 76%.

 

Geen chemotherapie in 70% van de gevallen

De conclusie is dat een genetisch onderzoek uitgevoerd in het reële leven zeer grote invloed heeft bij de keuze van de behandeling. Naargelang van de kenmerken van de tumor daalt de indicatie voor chemotherapie met ongeveer 70%. Met een genetisch onderzoek kunnen we overbehandeling vermijden en de patiënten de bijwerkingen van een zinloze behandeling die zeer negatieve invloed hebben op de levenskwaliteit, besparen.

 

 

Referentie:

1.Charles C, et al. ESMO 2022;#11P

 

Dr Claude Biéva - Belangenconflicten: geen •

Om veiligheidsredenen is uw browser niet compatibel met onze site

We raden u aan een van de volgende browsers te gebruiken: