Nieuws  >  Wat jonge artsen aan de federale onderhandelaars vragen: opwaardering sociaal statuut (deel 3/5)

Wat jonge artsen aan de federale onderhandelaars vragen: opwaardering sociaal statuut (deel 3/5)

BRUSSEL 16/09 - De verenigingen voor arts-specialisten, huisartsen in opleiding en studenten geneeskunde brengen een gemeenschappelijke tekst uit voor de federale onderhandelaars.

Naar aanleiding van de recent opgestarte federale formatie wenst de Vlaamse vereniging voor Arts-Specialisten in Opleiding (VASO), samen met het HAIO Overleg Platform (HOP) en het Vlaams Geneeskundig StudentenOverleg (VGSO) een memorandum uit te brengen voor de toekomstige beleidsmakers. Dit memorandum is gedragen door alle Vlaamse specialisten en huisartsen in opleiding, alsook de Vlaamse studenten geneeskunde.

De 5 essentiële punten in een federaal regeerakkoord voor de Vlaamse artsen in opleiding betreffen:

  1. Het behoud van de federale contingentering van artsen
  2. Wettelijke arbeidsvoorwaarden voor artsen in opleiding
  3. Opwaardering sociaal statuut artsen in opleiding
  4. Opleiding binnen de ziekenhuisnetwerken
  5. Onafhankelijke ombudsfunctie

In dit artikel gaan we verder in op de opwaardering van het sociaal statuut van artsen in opleiding:

"Sinds 1 april 1983 werken artsen in opleiding onder het zogenaamde Sui Generis statuut. Dit sociaal statuut werd initieel als een tijdelijke maatregel aangekondigd doch is 37 jaar later nog steeds van toepassing. Hoewel er zeker sprake is van voordelen onder de vorm van een verlaagde werkgevers- en werknemersbijdrage is de sociale bescherming bijzonder beperkt.

Ondanks eerder gemaakte beloftes in het regeerakkoord van de regering Michel bleef het Sui Generis statuut de laatste regeerperiode ongewijzigd. Verschillende belanghebbenden zijn het erover eens dat dit statuut dringend aan vernieuwing toe is. Het huidige sociaal statuut van artsen in opleiding houdt geen rekening met het aantal jaren dat dit voor hen van toepassing is in de pensioenopbouw waardoor het aantal gewerkte jaren pas kan starten bij het aflopen van dit statuut. Voor sommige specialisten is dit ten vroegste op 31 jaar.

Verder kan men geen aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering noch is er een mogelijkheid tot het opnemen van ouderschapsverlof of palliatief verlof. Deze minimale sociale rechten zijn in een huidige context absoluut essentieel. Zo heeft het gebrek aan werkloosheidsuitkering in de recente pandemie aangetoond dat er wel degelijk een noodzaak is om dit te voorzien.

Mede ingegeven door een veranderde maatschappijvisie en de huidige maatschappelijke context waarbij een eerlijke work-life balans zowel de patiënt als arts ten goede komt, lijkt het ons dan ook een logische en ideologische keuze om het statuut om te vormen naar een volwaardig sociaal statuut van de 21e eeuw."

Om veiligheidsredenen is uw browser niet compatibel met onze site

We raden u aan een van de volgende browsers te gebruiken: