Nieuws  >  Zelfstandige of vennootschap, (verplichte) e-diensten: wat jonge artsen moeten weten (deel 2/3)

Zelfstandige of vennootschap, (verplichte) e-diensten: wat jonge artsen moeten weten (deel 2/3)

BRUSSEL 22/06 - Deze maand organiseert het Vlaams Artsensyndicaat (VAS), onderdeel van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS), drie webinars voor afgestudeerde artsen die aan de slag gaan. De eerste sessie ging over de startersformaliteiten en het sociaal statuut. Tijdens de tweede sessie stond de vraag centraal of een startend arts dan wel als zelfstandige aan de slag moet gaan of dat zij/hij beter een vennootschap opricht. Verder kregen de deelnemers aan het webinar ook nog eens het overzicht van de diverse e-diensten door Stefanie Verstappen van de nationale tariferingsdienst LTD3.

Na een lang universitair parcours moeten startende (huis)artsen zich met een hoop administratieve en praktische regelingen gaan bezighouden. Hamvraag is ongetwijfeld het statuut en de gevolgen die daaraan verbonden zijn. Griet Pelgrims en Tim Verstraete van Accountantskantoor Vandelanotte stonden stil bij de fiscale en boekhoudkundige gevolgen van deze beslissing. Slechts een klein deel van de beginnende (huis)artsen zal aan de slag gaan als werknemer. Als werknemer moet de (huis)arts dan de aangifte doen van zijn inkomen en de beroepskosten aangeven. Voor deze laatste is er de mogelijkheid van werkelijke beroepskosten of forfaitaire bedragen.

Zelfstandige activiteit: progressieve belastingvoeten

Maar het grootste deel van de pas afgestudeerde (huis)artsen zal toch wel een belangrijke keuze moeten maken tussen een zelfstandig statuut of werken via een vennootschap. Het eenvoudigste statuut is dat van zelfstandige, met een eenvoudige boekhouding (ontvangstbewijzen, dagboek en verantwoordingsstukken) en de jaarlijkse aangifte in de personenbelasting (inkomen min de beroepskosten). Er zijn geen statuten of vennoten nodig en de zelfstandig arts kan over alles zelf beslissen. Minpunt is wel dat er progressieve tarieven zijn voor de berekening van de belastingen: hoe meer een arts verdient, hoe zwaarder belast, tot 50% boven 41.360 euro. De verhouding netto/bruto-inkomen is dan lager dan bij een artsenvennootschap.

Artsenvennootschappen: meer administratie, minder belastingen

Bij een artsenvennootschap komt veel meer bij kijken dan bij een statuut van een zelfstandige. Het begint bij de oprichting ervan, waarvoor statuten nodig zijn en een notariële akte, met een bijkomende publicatie in het Belgisch Staatsblad en de medewerking van een revisor voor een inbreng in natura. In tegenstelling tot vroeger is echter geen startkapitaal meer vereist en kan - bij wijze van spreken - een besloten vennootschap worden opgericht met een startkapitaal van 1 euro.

Wel is er een financieel plan nodig en het wetboek voorziet een rist van vermeldingen die zeker in dat plan worden vermeld. De notaris zal dat plan bijhouden en bij een faillissement binnen de drie jaar kan de curator dit opvragen. Verder mogen enkel artsen een artsenvennootschap oprichten. In tegenstelling tot het zelfstandige (huis)arts moet een vennootschap een verplichte dubbele boekhouding voeren. Het eindresultaat hiervan is de jaarlijkse balans, resultatenrekening, sociale balans (indien personeel), de opmaak en de indiening van de jaarrekening in de vennootschapsbelasting en de neerlegging ervan bij de Nationale Bank van België.

Daar waar zelfstandige artsen hun belastingvoet progressief zien stijgen naarmate hun inkomen de hoogte ingaat, is er een vaste belastingvoet van 25% bij artsenvennootschappen. Tot aan 100.000 euro belastbaar inkomen is dit vanaf aanslagjaar 2022 slechts 20%.

Net als zelfstandige artsen moeten ook artsenvennootschappen voorafbetalingen doen. Belangrijk nadeel is wel dat de vennoten niet zomaar geld uit de vennootschap kunnen halen. Wie dit door middel van een loon doet wordt zwaar belast, al zijn er ook andere manieren, zoals de uitkering van een dividend, de uitbetaling van eigen kosten van de vennootschap en de voordelen van alle aard. Op hun beurt moeten deze drie scenario's aan een reeks voorwaarden voldoen en brengen ze allemaal extra werk met zich mee. Maar soms is dit mooi meegenomen om op het einde van het jaar minder belastingen te moeten betalen, om te eindigen met een meer "billijke" netto/bruto-inkomen dan als zelfstandige.

Verplicht: Recip-e en eGMD

Beginnende artsen zullen meteen geconfronteerd worden met allerlei e-diensten zoals het eGMD, eAttest en eFact. Recip-e is het elektronische voorschrift en vanaf 1 januari 2020 is dit verplicht voor ambulante voorschriften door huisarts, specialist, tandarts en vroedvrouw. Bij huisbezoeken en in woonzorgcentra mag nog een voorschrift op papier worden afgeleverd. Het is ook niet mogelijk om voor pasgeborenen of toeristen elektronisch voor te schrijven. Artsen die manueel voorschriftplichtige of terugbetaalde medicatie toevoegen op een bewijs van elektronisch voorschrift mogen dit doen, maar daar mag geen rekening mee gehouden worden.

Zolang een elektronisch voorschrift niet is afgehaald, kan de voorschrijvende (huis)arts dit intrekken. Apothekers mogen gedeeltelijk afleveren. Wat substitutie betreft, mogen apothekers enkel antibiotica en antimycotica substitueren en dan alleen maar de goedkoopste afleveren. Ook bij overmacht, onbeschikbaarheid en wachtdienst mag een apotheker substitueren. Startende (huis)artsen moeten eveneens een eHealth-certificaat aanvragen om in te loggen op de diverse e-diensten.

eAttest is de facturatie in niet-derdebetaler, waarbij de patiënt de (huis)arts betaalt en de arts het getuigschrift voor verstrekte hulp elektronisch naar de mutualiteit doorstuurt. Die mutualiteit betaalt de patiënt enkele dagen nadien uit. Niet alleen Recip-e is verplicht, maar ook het GMD-beheer moet sinds het begin van dit jaar elektronisch gebeuren. eFact is de facturatie in derdebetaler, maar daar loopt het niet steeds even vlot. Artsen krijgen vaak foutcodes waarop ze moeten reageren en dat vraagt heel wat tijd en administratie. Gelukkig kunnen artsen een beroep doen op tariferingsdiensten om zich door deze werklast te worstelen.

Het volgende en laatste webinar van het Vlaams Artsensyndicaat (VAS) gaat door op dinsdag 15 juni, van 20 tot 21.30 uur.  Alle praktische informatie en inhoud van deze webinars vindt u terug op: https://www.vlaamsartsensyndicaat.be/evenement/starterswebinars-2021.

 

David Desmet • MediQuality

Om veiligheidsredenen is uw browser niet compatibel met onze site

We raden u aan een van de volgende browsers te gebruiken: