Dossiers  >   Hospital Management  >  KU Leuven-onderzoekers vinden belangrijke factor bij afstoten van getransplanteerde nieren

KU Leuven-onderzoekers vinden belangrijke factor bij afstoten van getransplanteerde nieren

LEUVEN 23/07 - Onderzoekers van de KU Leuven hebben een belangrijk mechanisme blootgelegd, dat een rol speelt bij het afstoten van een nier na een transplantatie. Dat heeft de universiteit vrijdag bekendgemaakt. De resultaten van het onderzoek kunnen op termijn de kans op succesvolle transplantaties vergroten.

Jaarlijks ondergaan zo'n 500 mensen in België een niertransplantatie. Vijftien tot twintig procent van hen krijgt te maken met afstotingsverschijnselen, ook nadat ze medicatie hebben gekregen die de immuniteit onderdrukt, zodat het lichaam minder sterk reageert op het 'vreemde' nieuwe orgaan. 
 
"De klassieke behandeling waarbij de immuniteit onderdrukt wordt, gaat uit van het idee dat het immuunsysteem cellen aanvalt die vreemd zijn aan het lichaam en er dus niet thuishoren", vertelt professor Maarten Naessens van de onderzoeksgroep Nefrologie en Niertransplantatie (KU Leuven). "Voor ons onderzoek vertrokken we van een andere benadering: het 'missing self'-principe."
 
Dit mechanisme kijkt niet naar wat vreemd is in het lichaam, maar naar afwezigheid van het "eigen" weefseltype. Daarbij gaan zogenaamde aangeboren killercellen (Natural Killercellen) op zoek naar lichaamseigen proteïnen in het nieuwe orgaan. Dat doen ze via MHC-proteïnen. Elke cel in ons lichaam heeft MHC-proteïnen en die proteïnen verschillen bovendien van mens tot mens. De MHC-proteïnen bepalen daarom het weefseltype.
 
Een donornier bevat dus vaak andere MHC-proteïnen dan deze in het lichaam van de patiënt. Specifieke KIR-receptoren van de Natural Killercellen van de patiënt gaan op zoek naar de MHC-proteïnen, maar omdat deze verschillend zijn, zullen ze deze niet vinden. Bijgevolg zullen ze de donorcellen aanvallen en onschadelijk maken, en dus het donororgaan afstoten.
 
Om dit 'missing self'-principe in kaart te brengen, gingen de onderzoekers aan de slag met DNA-analyse. "Als we een donororgaan hebben met MHC-proteïnen die niet aangevallen worden door de Natural Killercellen van de patiënt, is er veel minder kans op afstoting na de operatie", verduidelijkt Jasper Callemeyn, arts en doctoraatsonderzoeker in de onderzoeksgroep van professor Naessens.
 
Op dit moment is een DNA-analyse van de MHC-molecule al een standaard onderdeel van de voorbereiding op een orgaantransplantatie. "De huidige DNA-analyse linkt een patiënt met een donororgaan deels op basis van de overeenkomst in het weefseltype", legt professor Naesens uit. "Wij hebben deze analyse uitgebreid en zijn ook gaan kijken naar de DNA-analyse van de KIR-receptoren op de Natural Killercellen van de ontvangers. Zo kunnen we voorspellen of het 'missing self'-mechanisme na een transplantatie al dan niet geactiveerd kan worden, wat ons toelaat om het risico op afstoting beter in te schatten."
 
Voor deze studie gingen de onderzoekers aan de slag met gegevens van 924 patiënten die aan het UZ Leuven een niertransplantatie ondergingen. Na de transplantatie werden het resultaat van de transplantatie enerzijds en het DNA van de patiënt en het donororgaan anderzijds naast elkaar gelegd. Zo vonden de onderzoekers een sterke link tussen het al dan niet ontwikkelen van afstoting en een match tussen de MHC-proteïnen van het donororgaan en de killercellen van de patiënt. 
 
"Omdat er reeds een DNA-analyse gebeurt voor een transplantatie, zowel bij de ontvangers als de donoren, is het relatief makkelijk om onze bevindingen in het labo te vertalen naar de praktijk", stelt Callemeyn.
 
Deze studie werd gefinancierd door FWO en gepubliceerd in de Journal of the American Society of Nephrology (JASN) (doi: 10.1681/ASN.2020111558).
 

Ine Gillis • Belga News, KU Leuven

Om veiligheidsredenen is uw browser niet compatibel met onze site

We raden u aan een van de volgende browsers te gebruiken: