Dossiers  >   Melanoom  >  Diagnose van melanoom. Verlaagt systematische screening de specifieke sterfte?

Diagnose van melanoom. Verlaagt systematische screening de specifieke sterfte?

Vorsers hebben het nut van routinescreening op melanoom in de algemene bevolking vergeleken met dat van opsporing door de patiënt zelf.1 Ze hebben daarvoor een groot cohortonderzoek uitgevoerd bij 2452 patiënten bij wie een melanoom was gediagnosticeerd in 2006 of 2007 en die gedurende meer dan 12 jaar zijn gevolgd. De primaire eindpunten waren de totale sterfte en de specifieke sterfte aan melanoom. Het resultaat is toch een verrassing.

Aangenomen wordt dat de prognose van een melanoom en de levenskwaliteit beter zijn als de diagnose vroeg wordt gesteld. Vandaar het idee om periodiek een screening te organiseren. Anderen zijn evenwel de mening toegedaan dat de patiënt zelf letsels moet opsporen en in geval van twijfel op spreekuur moet gaan. Om dat uit te vlooien, hebben de vorsers 2452 patiënten gerekruteerd bij wie tussen oktober 2006 en oktober 2007 een diagnose was gesteld van melanoom en die dan gedurende een mediaan van 11,9 jaar werden gevolgd. De patiënten vertoonden een primair melanoom in situ (n = 291) of een invasief melanoom (n = 2161). De mediane leeftijd op het ogenblik van de diagnose was 65 jaar.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen

Om veiligheidsredenen is uw browser niet compatibel met onze site

We raden u aan een van de volgende browsers te gebruiken: