Dossiers  >   Covid-19  >  Een SARS-CoV-2-vaccin zal niet noodzakelijk een wondermiddel zijn

Een SARS-CoV-2-vaccin zal niet noodzakelijk een wondermiddel zijn

23/10 - Volgens professoren Malik Peiris en Gabriel Leung (Universiteit van Hong Kong) “zal een eerste generatie vaccins eind 2020, begin 2021 worden goedgekeurd”. Beide onderzoekers schrijven in de Lancet (1) dat, ondanks de vele hoopvolle berichten, voor hen deze vaccins niet noodzakelijk het wondermiddel zullen zijn dat ons naar de situatie van voor de pandemie zal brengen. Er zijn nog heel wat open vragen, zowel op het vlak van immunologie als over de verdeling van potentiële vaccins over de risicogroepen.

Ze bespreken drie punten :

1. Kan een vaccin de transmissie van SARS-CoV-2 stoppen?

In de veronderstelling van een reproductiegetal dat tot 4 oploopt, schatten de onderzoekers dat 25 tot 50% van de bevolking immuun is voor het coronavirus om de verspreiding ervan tegen te houden. De aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) is dat de vaccins het risico om de ziekte op te lopen met minstens 50% moeten verminderen. "Zelfs als de toekomstige vaccins een bepaald niveau van bescherming tegen de ziekte bieden, is het niet zeker dat ze de transmissie evenredig verminderen", aldus Malik Peiris en Gabriel Leung.

Uit vaccinatiestudies bij apen bleek dat de symptomen lichter zijn, alsook de virale lading in hun lagere luchtwegen. Het virus bleef wel aanwezig in de bovenste luchtwegen en verspreidde zich verder. Het is afwachten of, zoals men hoopt, er bij mensen een steriliserende immunitaire activiteit (fenomeen waarbij een pathogeen uit het lichaam wordt verwijderd vooraleer het de cellen kan infecteren) zal zijn in de bovenste luchtwegen.

Nog volgens de auteurs "is er nog niks bekend over de immunologische correlatie tussen Covid-19 en de bescherming tegen een SARS-CoV-2-infectie". Ze verwijzen naar de huidige onduidelijkheid over het reële voordeel van de reeds gekende neutraliserende antilichamen - wat niet belet dat ze experimenteel of in het kader van compassionate use kunnen worden ingezet, zoals bij de Amerikaanse president Donald Trump.

Er zijn nog heel wat vragen, over de immuniteit ter hoogte van de slijmvliezen, over de celgemedieerde cytotoxiciteit van antilichamen en over de rol van de T-lymfocyten bij natuurlijke of passieve immunisering.

2. Hoelang zullen de vaccins bescherming bieden tegen eventuele herinfecties?

Volgens beide professoren zullen studies de prevalentie en de duur van de respons door neutraliserende antilichamen na een natuurlijke infectie nog moeten onderzoeken door middel van neutraliseringstests met levende virussen. Men weet dat de verworven bescherming tegen coronavirussen van simpele verkoudheden verdwijnt na minder dan een jaar.

"MERS-CoV, verwant met SARS-CoV-2, kan dromedarissen opnieuw besmetten. Van nature uit zijn ze drager. Maar we weten niet of ze zwaar geïnfecteerd zijn als tijdens de primaire infectie", aldus de auteurs. "MERS-CoV is enzoötisch bij dromedarispopulaties, ondanks een hoge seroprevalentie (> 90%) bij jonge en volwassen kamelen. Dit betekent dat een eerdere infectie de overdracht van het virus waarschijnlijk niet kan voorkomen. Deze vaststellingen lijken erop te wijzen dat we niet kunnen bevestigen dat Covid-19-vaccins de transmissie van het virus aanzienlijk zullen verminderen. Het idee dat de opgewekte immuniteit door deze vaccins ervoor zal zorgen dat we terug zullen gaan naar een situatie van voor de pandemie, is denkbeeldig."

3. Hoe zullen de vaccins verdeeld worden?

Naast de immunologische aspecten, roept de verdeling van het Covid-19-vaccin ook vragen van een andere orde op, volgens beide auteurs. Ze verwijzen naar de strategieën die vele landen hebben uitgewerkt om personen met een verhoogd risico op een ernstige morbiditeit of mortaliteit, te vaccineren. En het is net op dit laatste punt dat de auteurs wensen te reageren: net zoals van griepvaccins bekend is dat ze bij oudere personen minder neutraliserende antilichamen produceren, moet nog nagegaan worden hoe dit zit bij SARS-CoV-2-vaccins.

Bij de verdeling van de vaccins moet nog met andere factoren rekening worden gehouden. Zo heeft de Amerikaanse Nationale Academie voor Geneeskunde reeds twee bijkomende criteria voor vaccinatie gedefinieerd: het professionele risico op een infectie op te lopen en de impact die een besmetting zou hebben bij de naasten en de contactpersonen. In dit opzicht zullen zorgverstrekkers en onderwijspersoneel deel uitmaken van die groepen die als eerste een vaccin zullen krijgen. Sommige politici hebben reeds hun bezorgdheid geuit over het feit dat mogelijke fouten, zoals een overhaaste goedkeuring van vaccins, het vertrouwen van de bevolking verder zou kunnen ondermijnen.

Strategieën over de distributie van vaccins moeten zich niet alleen richten op getroffen populaties, maar moeten eveneens rekening houden met structurele en economische verschillen tussen landen. SARS-CoV-2 treft de hele wereld, en een te vroegtijdige vrijheid om te reizen zou wel eens kunnen leiden tot een nieuwe verspreiding van het virus als de vaccinatie in een bepaald land op een verschillende manier gebeurt dan in een ander land.

 

Referentie

1. Peiris M & Leung GM. What can we expect from first-generation COVID19 vaccines? Lancet 2020.

 

Om veiligheidsredenen is uw browser niet compatibel met onze site

We raden u aan een van de volgende browsers te gebruiken: