Dossiers  >   Auto-inflammatoire aandoeningen  >  Variabiliteit van de hartfrequentie, een teken van aantasting van het autonome zenuwstelsel bij de ziekte van Behçet

Variabiliteit van de hartfrequentie, een teken van aantasting van het autonome zenuwstelsel bij de ziekte van Behçet

Patiënten met een ziekte van Behçet vertonen vaker ventriculaire ritmestoornissen en lopen een hoger risico op plotselinge cardiale dood. De juiste doodsoorzaak is niet bekend, maar een mogelijke verklaring is een slechte werking van het autonome zenuwstelsel. De variabiliteit van de hartfrequentie is een betrouwbaar criterium om een disfunctie van het autonome zenuwstelsel op te sporen en een ongunstige afloop te voorspellen. Weinig studies hebben de werking van het autonome zenuwstelsel geëvalueerd bij patiënten met een ziekte van Behçet, en de weinige studies die dat wel hebben gedaan, hebben tegenstrijdige resultaten opgeleverd.

Deze prospectieve verkennende studie is uitgevoerd bij patiënten met een ziekte van Behçet die achtereenvolgens werden gerekruteerd in de dienst interne geneeskunde van het Habib Thameur ziekenhuis in Tunesië tussen januari en december 2020. Die patiënten werden vergeleken met gezonde vrijwilligers gerekruteerd binnen het ziekenhuispersoneel.

De vorsers hebben informatie verzameld over de demografische kenmerken, de klinische gegevens en de resultaten van de laboratoriumonderzoeken. Bij alle patiënten werd een 24 uursholtermonitoring uitgevoerd. De variabiliteit van de hartfrequentie werd in het tijdsdomein en het frequentiedomein geanalyseerd gedurende een volledig etmaal (24 uur), overdag (van 6 tot 22 uur) en 's nachts (van 22 tot 6 uur). De parameters gemeten in het tijdsdomein waren de SDNN (standaarddeviatie van het RR-interval), het PNN50 (percentage nabijgelegen NN-intervallen die meer dan 50 msec van elkaar verschilden) en de RMSSD (gemiddelde verschillen in het kwadraat tussen de consecutieve RR-intervallen op het hele tracé). De parameters gemeten in het frequentiedomein waren de hoog- (HF) en de laagfrequente (LF) componenten en de LF-HF-verhouding. De parameters RMSSD, PNN50 en HF weerspiegelen de activiteit van het parasympathische zenuwstelsel en de LF de sympathische activiteit. De LF-HF-verhouding raamt het evenwicht tussen het sympathische en het parasympatische zenuwstelsel en de SDNN weerspiegelt de totale variabiliteit van de hartfrequentie.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen

Om veiligheidsredenen is uw browser niet compatibel met onze site

We raden u aan een van de volgende browsers te gebruiken: