Dossiers  >   Reumatoïde artritis  >  Reumatoïde artritis en monoklonale gammapathie: een onverwachte associatie …

Reumatoïde artritis en monoklonale gammapathie: een onverwachte associatie …

15% van de patiënten met een auto-immuunziekte zoals reumatoïde artritis, systemische lupus erythematosus, een sjögrensyndroom en vasculitis heeft een monoklonale gammapathie. De prognose is niet goed bekend en de evolutie kan traag en indolent zijn zonder opflakkering noch verergering. De vraag rijst dan ook of die patiënten al dan niet moeten worden behandeld. Illustratie met de klinische casus van een 85-jarige man.(1)

En 85-jarige patiënt kwam in 2016 op spreekuur wegens een bekkenfractuur als gevolg van een val. Antecedenten: type 2-diabetes, osteoporose op corticosteroïden en een bacteriële pneumonie in 2003 en 2008. Sinds 1990 werd hij gevolgd wegens een reumatoïde artritis met ACPA en erosies van de distale interfalangeale gewrichtjes. Ook werd een monoklonale gammapathie van onduidelijke oorsprong gediagnosticeerd. De behandeling bestond in prednisolon 4 mg/d, hydroxychloroquine 200 mg/d, metformine, alendroninezuur en cholecalciferol. Er werden geen tekenen van artritis of synovitis vastgesteld. De lever en de milt waren normaal bij palpatie. Het klinisch onderzoek heeft geen bijzonderheden opgeleverd.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen

Om veiligheidsredenen is uw browser niet compatibel met onze site

We raden u aan een van de volgende browsers te gebruiken: