Dossiers  >   Corticosteroïden  >  Werkzaamheid van infiltraties van corticosteroïden bij een springvinger

Werkzaamheid van infiltraties van corticosteroïden bij een springvinger

Een springvinger of stenoserende tenosynovitis van de vingerbuigers is een frequente reden tot consultatie in de eerstelijnsgeneeskunde, de reumatologie en de handchirurgie. De prevalentie in de algemene bevolking wordt geraamd op 2%. Bij diabetespatiënten zou de prevalentie 7% bedragen. Infiltraties van corticosteroïden zijn belangrijk bij een matig ernstige springvinger als de conservatieve behandeling geen resultaten oplevert. Er bestaan echter geen criteria om uit te maken welke patiënten er het meeste baat bij zullen vinden.

Een springvinger, een vinger die sprongsgewijs naar flexie of extensie beweegt, wordt veroorzaakt door een biomechanische incongruentie tussen het ‘katrolsysteem' (peesschede van de flexor digitorum superficialis en de flexor digitorum profundus voor vingers 2-5 en de flexor pollicis longus voor de duim) en de pees. Die incongruentie kan te wijten zijn aan een verdikking van de ‘katrol', een verdikking van de pees of beide.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen

Om veiligheidsredenen is uw browser niet compatibel met onze site

We raden u aan een van de volgende browsers te gebruiken: